‘Systemen ontwikkelen, daarin zit onze kracht, vindt Jaime de Bourbon Parme, speciale vertegenwoordiger natuurlijke hulpbronnen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Met onze creativiteit kunnen we de dreigende schaarste aan grondstoffen het hoofd bieden.’

Grondstofschaarste is een relatief begrip, erkent De Bourbon Parme. ‘Iedere keer dat we dachten dat er nu toch echt een einde zou komen aan de beschikbaarheid van grondstoffen, bleken er toch nog voldoende voorraden. Of werden er technologieën ontwikkeld waardoor we die schaarse grondstoffen niet meer nodig hadden. Je ziet het nu al. Neodymium is een van de zeldzame aarden, waaraan een tekort is. Het wordt onder meer gebruikt als permanente magneet in windturbines; dus de vraag groeit sterk. Inmiddels is er echter een turbine ontwikkeld, waarvoor gen neodymium nodig is. Iets minder efficiënt misschien, maar het laat wel zien dat je, door slim te ontwerpen, de afhankelijkheid van grondstoffen kunt verminderen.’

 

Dat is ook nodig ook. De Bourbon Parme: ‘Het wordt steeds lastiger om metalen en mineralen te winnen. Het laaghangend fruit is nu wel geplukt, dus de winning verschuift naar gebieden die lastig toegankelijk zijn. De diepzee bijvoorbeeld, of de poolgebieden of andere moeilijk bereikbare plaatsen. En gebieden waar conflicten woeden, zoals Kongo. Ook de gehaltes aan metalen of mineralen nemen af. Dat betekent dat je meer energie en water nodig hebt en meer grond moet verplaatsen voor eenzelfde opbrengst. Ook dat wordt een limiterende factor, waardoor in ieder geval de prijs van grondstoffen stijgt en de sociale en milieurisico’s aanzienlijk groter worden.’

 

Hoewel de schaarste een relatief begrip is, wil De Bourbon Parme het probleem absoluut niet bagatelliseren. ‘Om te beginnen biedt het verleden geen garanties voor de toekomst. Daarnaast dreigt nu aleen tijdelijke schaarste aan een aantal grondstoffen. De Europese Unie heeft een lijst opgesteld van 41 metalen en mineralen, waarvan er 14 kritiek zijn voor de Europese economie. Nederland heeft daar nog fosfaaterts en goud aan toegevoegd. Als de aanvoer stagneert – om wat voor reden dan ook – hebben we wel een probleem.’

 

Een van de redenen waarom de aanvoer kan stagneren, is dat het aanbod de vraag niet bij kan benen. Dat is vooral een kwestie van een verschillende tijdshorizon. De Bourbon Parme: ‘Enigszins gechargeerd kun je zeggen dat een  beursgenoteerd bedrijf een tijdshorizon van een jaar, of soms zelfs maar van een kwartaal. Een regering heeft een tijdshorizon van vier jaar, een kabinetsperiode. In de mijnbouw moet je rekenen met een tijdshorizon van gemiddeld zes jaar, want zo lang duurt het voordat je een mijn in productie hebt.’

 

Het verschil in tijdshorizon is een van de oorzaken waarom zeldzame aardmetalen nu schaars zijn. De Bourbon Parme: ‘Hoewel ze zeldzame aarden heten, zijn ze niet echt zeldzaam. De huidige schaarste is ontstaan doordat de productie vrijwel geheel in handen is van een land, China. Omdat de winning daar goedkoop was – overigens wel met behoorlijk negatieve gevolgen voor het milieu – gingen elders de mijnen dicht. Nu China enerzijds deze grondstoffen voor de eigen industrie wil behouden en anderzijds de kleine, bijna ambachtelijke mijnen sluit, omdat exploitatie sociaal en ecologisch niet meer verantwoord is, heeft het Westen een probleem. We kunnen namelijk niet snel genoeg mijnen openen om aan de groeiende vraag te voldoen.’

 

De wereld werd overigens pas echt wakker toen China zijn grondstoffen een jaar geleden inzette als instrument voor geopolitiek. De Bourbon Parme: ‘Na een nautisch conflict hield Japan de kapitein van een Chinees schip vast, waarop China een totaal uitvoerverbod afkondigde. Het is natuurlijk niet voor het eerst dat grondstoffen als politiek instrument worden gebruikt. Maar het laat wel zien dat we kwetsbaar zijn geworden. De opkomst van landen als China, India, Rusland en Brazilië zorgt voor een ‘game change’. Het zijn niet meer alleen de Westerse industrielanden die de regels bepalen.’

 

De vraag is hoe je daar mee om moet gaan. ‘Nederland moet blijven inzetten op een vrije markt’, verwoordt De Bourbon Parme het standpunt van de Nederlandse regering. ‘Weliswaar zijn we een bescheiden gebruiker van ruwe grondstoffen – vooral ijzer- en fosfaaterts – maar onze industrie is wel erg afhankelijk van een ongestoorde aanvoer van halffabricaten. Daarnaast verdienen we ook aan de doorvoer van grondstoffen; de logistieke ketens en spelen we een belangrijke rol in de financiering van mijnbouwprojecten.’

 

‘Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat het spel verandert. Waar Westerse mijnbouwers te maken hebben met ongeduldige aandeelhouders die een hoog rendement op hun investering willen hebben, zijn Chinese mijnbouwbedrijven vaak in handen of gelieerd aan de overheid. Ze willen ook winst maken, maar hun belangrijkste doel is voorzieningszekerheid. Ze zijn bereid om voor een veel langere termijn te investeren in mijnbouwprojecten elders in de wereld. China wordt vaak als boeman opgevoerd, maar dat is vaak niet terecht en ook niet erg productief. We moeten het, samen met de andere opkomende industrielanden zien als ‘game changer’ en nagaan hoe wij het spel mee kunnen blijven spelen.’

 

Een van de kwaliteiten die Nederland kan inbrengen is het aanbieden van wat De Bourbon Parme ‘soft infrastructures’ noemt. ‘Chinese bedrijven investeren in Afrika en andere landen niet alleen in mijnbouw, maar leggen in ruil daarvoor ook infrastructuur aan in de vorm van wegen, havens en kanalen. Hoewel dat wordt gewaardeerd, is dat niet voldoende, getuige de recente reacties in sommige Afrikaanse landen.’

‘Nederland zou, nog meer dan voorheen, in kunnen zetten op de ontwikkeling van ‘soft structures’, zoals verbetering van het bestuur en het rechtssysteem en de opbouw van instituties. Op die manier kunnen we helpen om de ‘resource curse’, het fenomeen dat grondstofrijke landen ten prooi vallen aan corruptie en conflicten, om te zetten in een ‘resource blessing. Daarnaast hebben we ook hogere standaarden voor arbeidsomstandigheden en sociale en ecologische aspecten.’

 

De Bourbon Parme is onlangs in Mongolië geweest, een buitengewoon grondstofrijk land dat de op een na grootste kopermijn heeft en de grootste tot nu toe bekende, nog onontgonnen voorraad aan ‘coking coal’ voor de staalindustrie. Voor de ontwikkeling van dit Tavan Tolgoi bekken is een consortium gevormd van voornamelijk Chinese en Russische bedrijven – die landen zijn ook de grootste afnemers. ‘Met circa dertig Young Global Leaders hebben we gesprekken gevoerd over dit project. Wij hebben voorgesteld om een Westers bedrijf met een klein aandeel in het consortium, ‘leading partner’ te maken. Zij kunnen zowel wettelijk als via hun afnemers worden aangesproken op eventuele negatieve sociale en ecologische gevolgen. Op die manier kunnen ook Nederlandse bedrijven en financiers hun invloed aanwenden.’

 

Wat betreft die verantwoording: bedrijven – ook Nederlandse – die aan de Amerikaanse beurzen staan genoteerd, moeten volgens de recentelijk aangenomen Dodd Frank Act bewijzen dat de grondstoffen die ze gebruiken niet uit conflictgebieden komen. De Bourbon Parme: ‘De vraag is hoe die wet wordt vertaald in richtlijnen. Men is daar nu mee bezig. Ondertussen zijn Nederlandse bedrijven samen met bedrijven uit andere landen bezig om een systeem te ontwikkelen voor het certificeren van grondstoffen uit Kongo, met name tinerts. Op die manier kunnen ze de voorziening zeker stellen en tegelijkertijd voorkomen dat rebellen geld verdienen aan de tinerts en daarmee oorlog voeren tegen de bevolking.’

 

De betrokkenheid van Nederlandse bedrijven vloeit mede voort uit het feit dat we al behoorlijk wat ervaring hebben opgedaan met certificeringsystemen. Weliswaar vooral voor biologische producten zoals hout, vis, koffie en soja, maar de principes zijn ook toepasbaar op niet-biologische grondstoffen. Daar liggen kansen, denkt De Bourbon Parme. ‘Ook voor een meer sociaal en ecologisch verantwoorde mijnbouw heb je zulke systemen nodig. In het verlengde daarvan kunnen Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven een rol spelen bij de ontwikkeling van een meer duurzame mijnbouw. Watermanagement bijvoorbeeld is essentieel in de mijnbouw. Daar weten we aardig wat van. We doen nu samen met Australië een haalbaarheidsonderzoek naar methoden om zeldzame aarden op een meer milieuvriendelijke manier te winnen.’

 

Gevraagd naar de rol van ingenieurs, ziet De Bourbon Parme legio mogelijkheden om in te spelen op de schaarste aan grondstoffen. ‘Onlangs was ik bij IHC Merwede waar ze schepen – of beter gezegd – systemen ontwikkelen voor diepzeemijnbouw. Dan zie je dat de kracht van de Nederlandse ingenieur ligt in het ontwerpen en ontwikkelen van gecompliceerde systemen. Voor zover ik kan overzien – ik ben geen ingenieur – zijn we sterk in creatief denken zonder schotten. Dat geldt voor het ontwikkelen van technische systemen, maar ook voor financiële constructies en het opzetten van logistieke ketens.’

 

Die creativiteit kunnen we, volgens De Bourbon Parme, ook benutten om het gebruik van schaarse grondstoffen te verminderen. ‘Door producten en processen slimmer te ontwerpen, kun je waarschijnlijk nog efficiënter omgaan met materialen. Daarnaast zouden we nog sterker in moeten zetten op technieken om grondstoffen te recyclen. Slechts twintig procent van de aangevoerde mineralen en metalen wordt meermalen gebruikt; de rest is afval. Dat moet beter kunnen, zou je zeggen.’

 

‘Een grote uitdaging tenslotte ligt in het opnieuw ontwerpen van producten, waardoor je geen schaarse grondstoffen meer nodig hebt. Of – als ze echt nodig zijn – je de schaarse grondstoffen er gemakkelijker weer uit kunt halen. Ook op dat vlak zouden we een voortrekkersrol kunnen spelen. Niet alleen omdat we goede ontwerpers hebben, maar ook omdat ze in systemen kunnen denken en werken. Nogmaals, daar ligt onze kracht. Als we die goed weten in te zetten, dan biedt de schaarste aan grondstoffen juist nieuwe kansen.’

 

Foto: Jordi Huisman

 

Verschenen in De Ingenieur, nr. 17 28 oktober 2011