Zuid-Afrika is, samen met acht andere Afrikaanse landen, in de race voor de bouw van de grootste radio-ontvanger ter wereld, waarvan de kosten voorlopig worden geraamd op anderhalf miljard euro. Met deze SKA (square kilometre array) kunnen sterrenkundigen bijna dertien miljard jaar terugkijken in de tijd tot in de periode net na de Oerknal.
De radio-ontvanger telt 3000 telescopen en nog eens enkele duizenden kleinere antennes, verspreid over een gebied dat loopt van de westkust van Zuid-Afrika tot aan het eiland Madagascar in de Indische Oceaan. Eenmaal voltooid – naar verwachting in 2024 – leveren de telescopen en antennes een hoeveelheid gegevens op die groter is dan er nu via het wereldwijde Internet wordt verwerkt. Een belangrijk deel van de anderhalf miljard euro gaat dan ook zitten in netwerken, supercomputers en – bij voorkeur – schone energiebronnen. In 2012 wordt besloten waar de installatie zal komen. Naast Zuidelijk Afrika heeft Australie zich kandidaat gesteld.
Onlangs was de minister voor Wetenschap en Techniek van Zuid-Afrika, mevrouw Naledi Pandor (57) in Brussel om uit te leggen waarom sterrenkundig onderzoek zo belangrijk is voor de ontwikkeling van Afrika.
Anderhalf miljard voor een radiotelescoop. Vele mensen zullen zich afvragen of je dat geld niet beter kunt besteden?
Pandor: ‘Tegen die mensen zeg ik dat Zuidelijk Afrika bijzonder geschikt is voor het doen van sterrenkundig onderzoek. We hebben de ruimte, we hebben weinig last van storingen; het is kortom een uitgelezen plek voor een dergelijke faciliteit. Tegelijkertijd willen we de wereld laten zien dat Afrika er toe doet; dat we niet meer gezien willen worden als een continent van armoede en uitzichtloosheid, maar als een continent waar interessante dingen gebeuren. Waar astronomen van wereldfaam naar toe komen om geavanceerd wetenschappelijk onderzoek te doen.’
Pandor ziet er uit als een gemoedelijke oma. Dat is ze ook (een kleinkind) maar tegelijkertijd geldt ze als een mannetjesputter in de Zuid-Afrikaanse politiek. Vanaf de eerste vrije verkiezingen in 1994 zit ze voor het ANC in het parlement. In het vorige kabinet was ze minister van Onderwijs. In die hoedanigheid gaf ze al in 2005 de stoot tot een gecoördineerd programma voor het opleiden van wetenschappelijke onderzoekers, ingenieurs en technici gericht op de bouw en exploitatie van de Square Kilometre Array.
Maar waarom sterrenkunde? Waarom niet zonne-energie of waterbeheer of een ander gebied dat direct relevant is voor ontwikkeling en armoedebestrijding?
Pandor: ‘Natuurlijk doen we onderzoek naar zonne-energie en andere gebieden van wetenschap en techniek die belangrijk zijn voor onze economische ontwikkeling. Maar daarmee trek je niet de wetenschappers van Nobelprijsniveau, die onze jongeren kunnen inspireren tot een keuze voor een opleiding in de exacte wetenschappen of ingenieurswetenschappen. Met geavanceerd wetenschappelijk onderzoek leg je de basis voor de technische vooruitgang, die nodig is voor de ontwikkeling van Afrika.’
‘De vorige president van Zuid-Afrika, Thabo Mbeki, heeft al eens gezegd dat we in Afrika niet perse het ontwikkelingstraject hoeven te volgen dat Europa en de Verenigde Staten de afgelopen eeuw hebben afgelegd. Dankzij de technologische ontwikkeling kunnen we veel grotere sprongen maken. Maar dan moeten we wel beschikken over de mensen, wetenschappelijke onderzoekers en ingenieurs, om technologie te ontwikkelingen en toe te passen. Een grootschalige faciliteit voor astronomisch onderzoek naar het ontstaan van het heelal, een vraag waar Galileo zich al mee bezig hield, is een geweldige inspiratiebron voor onze jeugd.’
Geldt dat ook voor dat jongetje in een dorpje in Transvaal of dat kleine meisje in de township, dat bij haar grootmoeder woont omdat haar beide ouders zijn overleden aan HIV/AIDS?
Pandor: ‘Geloof me, ik ken veel te veel van zulke jongens en meisjes. Juist daarom wil ik hun wereld vergroten. Ik wil ze inspireren om boven zichzelf uit te stijgen. Ik wil dat ze geloven dat zij de ingenieur of de wetenschapper kunnen zijn die een belangrijke ontdekking kan doen; misschien wel de Nobelprijs kan winnen. Ik zou willen dat mensen zouden zien wat er met een kind gebeurt dat voor het eerst door een telescoop kijkt. Die plotselinge schittering in hun ogen als het zich realiseert dat het deel uitmaakt van een oneindig groot geheel. Dat bredere perspectief van een wereld buiten hun dorp of stad, buiten onze aarde zelfs, dat wil ik ze meegeven.’
Kader
Nederland is een van de peetvaders van de Square Kilometre Array. Samen met nog acht andere landen, waaronder Zuid-Afrika en Australie heeft ons land begin april een overeenkomst getekend om fondsen beschikbaar te stellen voor het anderhalf miljard euro kostende project. Voor de Nederlandse sterrenkunde – die internationaal hoog staat aangeschreven – is de SKA van groot belang. Gekoppeld aan LOFAR, een netwerk van 7000 antennes in Drenthe, kun je een virtuele radiotelescoop maken met een doorsnee van meer dan 10.000 kilometer. Gevoelig genoeg om radiosignalen uit het vroege ontstaan van het heelal op te vangen. Voor de Nederlandse industrie is SKA ook interessant. Het Delftse bedrijf Airborne Composites heeft een consortium gevormd met andere bedrijven en de TU Delft voor de ontwikkeling en industriële productie van goedkope telescopen, gemaakt van plastic.
Gepubliceerd in Trouw, 21 juni 2011
