KOMEN ER NOG GRONDSTOFFEN ONZE KANT OP

//KOMEN ER NOG GRONDSTOFFEN ONZE KANT OP

 

Schaarste aan grondstoffen is van alle tijden, maar de tanende invloed van het Westen op het wereldtoneel maakt het probleem voor Europa en Nederland extra nijpend. Naast pleidooien voor vrijhandel moet er gericht beleid komen voor recycling en substitutie. Bij fosfaat is al een begin gemaakt, voor zeldzame aardmetalen stuit inzameling en hergebruik op problemen.

 

Vorig jaar augustus werd de London Metal Exchange (LME), waar tachtig procent van de wereldhandel in metalen plaatsvindt, overgenomen door de Hong Kong Exchange. Zulke overnames zijn niet ongebruikelijk in de financiële wereld, maar in dit geval was er wel wat bijzonders aan de hand. Om te beginnen betaalde de Hong Kong Exchange 180 maal de jaarwinst. Maar, nog belangrijker, achter de Hong Kong Exchange gaat de China Development Bank schuil, een staatsfonds dat onder directe controle staat van de Chinese regering.

Volgens Michel Rademaker illustreert de overname van de LME een verschuiving in de aanpak van de Chinese regering. ‘Zij beperkt zich niet meer tot het kopen van mijnbouwconcessies, maar ze wil ook de handelsplatformen naar zich toehalen.’ Rademaker is adjunct-directeur van HCSS, het The Hague Centre for Strategic Studies, een door defensie-expert Rob de Wijk opgerichte denktank, die overheden en bedrijfsleven adviseert over veranderingen in de wereld.

Volgens hem is de overname van de LME een belangrijke strategische zet van de Chinese regering, omdat ze daarmee invloed verwerft op de prijsvorming en daarmee ook op de handelsstromen van metalen. De verkopende partijen waren zich of niet bewust van het strategische belang van de LME of hadden alleen oog voor de korte termijnwinst, die inderdaad aanzienlijk is.

De overname van de LME niet het enige Chinese initiatief om de handel in grondstoffen naar zich toe te trekken. Een ander voorbeeld is de inmiddels gelanceerde Pan Asian Gold Exchange en de aangekondigde initiatieven om te gaan handelen in futures voor zeldzame aardmetalen en een reeks agrarische producten, zoals varkens, rijst, eieren en aardappelen.

Rademaker: ‘Hoe luidt dat Nederlandse spreekwoord ook weer: ‘Wie appelen vaart, die appelen eet.’ Met de overname van de LME heeft de overheid nu de macht en de kennis om met voorraden te gaan speculeren ten gunste van de eigen industrie. De vraag is wat de consequenties zullen zijn van de overnames en de oprichting van nieuwe termijnmarkten voor de handel in grondstoffen.’

 

Het antwoord op die vraag is niet bij voorbaat positief. Europa is voor een aantal grondstoffen volledig afhankelijk van import. Eeuwenlang was dat geen probleem omdat we ons door kolonialisme, oorlog en handel van voldoende aanvoer wisten te verzekeren. Inmiddels echter zien we de economische machtsverhoudingen in de wereld veranderen. Europa schuift op naar de rand van het wereldtoneel, waar de hoofdrollen zijn weggelegd voor de opkomende economieën.

In die opkomende economieën groeit de middenklasse en daarmee ook de koopkrachtige vraag naar meer en meer luxe goederen: vlees in plaats van bonen, een brommer in plaats van een fiets. Om in die behoeften te voorzien zijn er steeds meer grondstoffen nodig. Rademaker: ‘We hoeven ons niet zozeer zorgen te maken om het opraken van grondstoffen, maar veel meer over de vraag of er wel voldoende grondstoffen onze kant op komen.’

 

 

VUURVASTE STENEN, DUMPING DOOR CHINA

 

Vrijhandel gedijt alleen bij eerlijke handel en daarvan is momenteel geen sprake als het gaat om magnesiumoxide en vuurvaste stenen, die onder meer als bekleding voor hoogovens worden gebruikt. Althans dat vindt Paul Schipper, managing director van het Nederlandse bedrijf Nedmag, producent van magnesiumoxide.

 

‘China investeert heel stevig in de productie van vuurvaste steen en drukt daarmee Westerse producenten uit de markt. Hoog tijd voor een importheffing; de Verenigde Staten zijn ons al voorgegaan’, zegt Schipper. ‘Magnesiet geldt (nog) niet als een van de ‘critical raw materials’, zoals die in 2010 door de Europese Commissie zijn vastgesteld, maar veel scheelt het niet. Het economisch belang is groot, maar het zit net boven de kritisch grens, die de ad hoc werkgroep hanteerde, waarbij de levering in het geding komt. Dat was drie jaar geleden; de kans is groot dat het nu wel onder die kritische grens zit.’

 

Het probleem is niet zozeer dat er te weinig magnesiet (magnesiumcarbonaat) beschikbaar is voor de productie van vuurvaste steen, maar dat de productie ervan economisch steeds onaantrekkelijker wordt doordat de markt wordt overspoeld met goedkope vuurvaste steen uit China. Schippers: ‘De grondstof voor vuurvaste steen is magnesiumoxide of beter gezegd DBM (dead burned magnesium). Wij maken dat op basis van magnesiumchloride dat hier in Groningen indertijd – min of meer bij verrassing – werd ontdekt tijdens het boren naar aardgas. Een efficiënt en schoon proces ook al omdat onze magnesiumchloride buitengewoon zuiver is. In China gaat men uit van magnesiumcarbonaat waar de CO2 wordt uitgebrand. Een vrij grofstoffelijk proces dat een behoorlijke milieubelasting met zich meebrengt.’

 

Sinds begin jaren negentig is voor 1 miljard ton aan productiecapaciteit verdwenen in Europa. Schipper: ‘Wij zijn nog een van de laatste onafhankelijke producenten van DBM. De enige oplossing is om het dumpen van magnesiumoxide en vuurvaste steen tegen te gaan met een importheffing.’

 

 

 

FOSFAAT, GENOEG REDEN VOOR RECYCLING

 

Nog maar een jaar of wat geleden leek het eind van de voorraden fosfaat in zicht. Er zou nog maar genoeg zijn voor zeventig jaar. Inmiddels blijkt dat het fosfaattekort voor het moment niet zozeer geologisch als wel politiek van aard is. Ondertussen komt de recycling wel op gang.

 

In het Jahrbericht 2012/2013 stelt het Duitse Industrieverband Agrar dat de winbare voorraad bij huidig gebruik nog voldoende is voor bijna 400 jaar, vooral dankzij nieuwe vondsten in Marokko en de Westelijke Sahara en in het Midden-Oosten. ‘Daarmee lijkt de druk van de ketel, maar dat is voor ons geen reden om onze inspanningen op het gebied van hergebruik van fosfaat te verminderen’, zegt Kees Langeveld. ‘We blijven vasthouden aan onze doelstelling om in 2015 voor 15 procent van onze behoefte te voorzien herwonnen fosfaat en in 2025 voor honderd procent.’

Langeveld is vice-president Business Development van ICL Fertilizers Europe in Amsterdam dat na het verscheiden van Thermphos, nog de enige grootschalige hergebruiker van fosfaat in Nederland is. ICL Europe is een van de inmiddels ruim dertig ondertekenaars van het twee jaar geleden gesloten Ketenakkoord Fosfaatkringloop, dat tot doel heeft om een duurzame markt te creëren voor secundair fosfaat en het Nederlandse fosfaatoverschot – geschat op 50.000 ton per jaar – zoveel mogelijk te exporteren.

 

Koop Lammertsma kan de opstelling van ICL Europe alleen maar toejuichen. ‘Het Ketenakkoord is niet alleen bedoeld om tekorten te vermijden, maar ook om het overschot aan dierlijke mest en het fosfaat dat vrijkomt bij de zuivering van rioolwater te verwerken.’ Lammertsma is hoogleraar Organische Chemie aan de VU en was enkele jaren betrokken bij het Nutriënten Platform.

Naast benutten van overschotten is de afnemende kwaliteit van fosfaaterts een belangrijk argument voor herwinning en hergebruik. Lammertsma: ‘Het erts wordt laagwaardiger, waardoor er veel meer gesteente gedolven en verwerkt moet worden. Bovendien nemen de gehaltes aan zware metalen, zoals cadmium en aan radioactieve stoffen toe per ton gewonnen fosfaat. Die stoffen wil je niet in het milieu hebben.’

 

Volgens Michel Rademaker wil de ruimere beschikbaarheid van ‘fysieke’ voorraden fosfaaterts nog niet zeggen dat er ook voldoende fosfaat beschikbaar zal zijn voor de voedselproductie in Europa.

‘Een deel van de voorraden fosfaaterts bevindt zich in China, dat de komende decennia alle zeilen bij moet zetten om zijn bevolking te voeden. Uit strategische overwegingen kan het voor China bovendien interessanter zijn om fosfaaterts aan Afrikaanse landen te verkopen dan aan Europa. Grote voorraden bevinden zich ook in politiek gevoelige gebieden, zoals de Westelijke Sahara, waar al decennia lang een strijd om autonomie wordt gevoerd. De Arabische revolutie is weliswaar voorbijgegaan aan Marokko, maar de regio is er niet rustiger op geworden.’

 

 

 

ZELDZAME AARDMETALEN, AANVOER ONDER DRUK

 

Dreigende tekorten aan zeldzame aardmetalen zorgden er voor dat grondstoffenschaarste hoog op de maatschappelijke agenda kwam te staan. Inmiddels zijn deze bijzondere elementen weer van de voorpagina’s verdwenen, maar dat wil niet zeggen dat de dreigende schaarste is verdwenen. Uit een analyse die Koop Lammertsma van de Vrije Universiteit samen met Marissa de Boer schreef voor de KNCV (‘Scarcity of Rare Earth Elements’) blijkt dat er ondanks de dringende noodzaak, nog geen begin is van internationale politieke en economische samenwerking om de dreigende schaarste het hoofd te bieden.

Michel Rademaker van HCSS verwacht eveneens dat de beschikbaarheid van zeldzame aardmetalen de komende jaren nog meer onder druk komt te staan. Met name als China van exporteur tot importeur wordt omdat het de metalen nodig heeft voor de eigen industrie. Rademaker: ‘Er wordt gesuggereerd dat die omslag al in 2014 of 2015 plaats kan vinden.’

 

Zeldzame aardmetalen of REE’s (rare earth elements) zijn van cruciaal belang voor de high tech-sector. Ze worden onder andere gebruikt in magneten (o.a. voor windturbines), zuinige verlichting, batterijen, elektronica, katalysatoren en polijstmiddelen. Hoewel ze niet heel zeldzaam zijn – zo komen overal voor in de aardkorst – zijn de winbare hoeveelheden beperkt. Reserves worden momenteel geschat op 114 miljoen ton, maar die hoeveelheid kan oplopen als de prijs stijgt. Zo heeft Japan plannen om REE’s te gaan winnen uit de zeebodem.

 

Ongeveer de helft van de winbare voorraad bevindt zich in China, maar van de jaarlijkse productie van 134 kiloton wordt 97 procent in China geproduceerd. Tot 2007 nam de productie jaarlijks toe, maar vanaf dat jaar ging de Chinese overheid meer nadruk leggen op het handhaven van de wetgeving op het gebied van milieu en arbeidsomstandigheden. De productie nam niet verder toe – eerder af – maar de binnenlandse vraag bleef wel stijgen, hetgeen uiteindelijk in 2009 resulteerde in het limiteren van de export.

 

Inmiddels zijn er buiten China enkele mijnen (opnieuw) in productie genomen, zoals de Mountain Pass mijn in Californie en Mount Weld in Australië. Winning is echter maar een deel van  het verhaal. Het erts, met gehaltes zo laag als 0,1 procent, moet ook worden verwerkt. De fabriek die Lynas Corp. daarvoor heeft laten bouwen in Maleisië roept nogal wat verzet op van omwonenden, die willen dat de fabriek onmiddellijk wordt gesloten. Hun bezwaren richten zich vooral op het feit dat Lynas volgens hen geen veilige oplossing heeft voor de opslag van afval, waarvan een deel radioactief is.

 

De vraag is of het (her)openen van oude en nieuwe mijnen op de langere termijn veel soelaas zal bieden. Lammertsma en Rademaker denken van niet. Enerzijds omdat de vraag nog sterk zal stijgen en anderzijds omdat de milieukosten en daarmee ook de economische kosten hoog zijn.

Rademaker: ‘Op de lange termijn is de enige weg uit de schaarste aan zeldzame aardmetalen het terugdringen van de behoefte aan ‘virgin’ materialen. Enerzijds door substitutie met andere, ruimer voorkomende materialen. Anderzijds door recycling en hergebruik.’

Dat laatste blijkt nog niet zo eenvoudig. Diverse commerciële partijen doen onderzoek naar het terugwinnen van zeldzame aardmetalen uit schroot, maar economisch kan het nog lang niet uit. Lammertsma: ‘We wachten nog steeds op een integrale, economisch rendabele strategie voor het inzamelen en hergebruiken van zeldzame aardmetalen.’

 

 

KOPER, ONZEKERHEID OVER PRIJZEN

 

De hoge prijzen, die zelfs tot brutale koperdiefstallen leiden, doen vermoeden dat koper schaars is en voorlopig ook zal blijven. Die veronderstelling wordt geschraagd door de groeiende vraag naar koper, die enerzijds wordt gevoed door de groeiende behoefte aan dit metaal in de opkomende economieën en anderzijds door de transitie naar meer duurzame vormen van energie en de bijbehorende ontwikkeling van ‘smart grids’, slimmere netwerken, die vooral bestaan uit koperen kabels.

 

Tegelijkertijd is er grote onzekerheid over de toekomstige prijsontwikkeling van koper, zo blijkt uit een recente studie van de eerdergenoemde denktank HCSS en de TU in Delft (Futures for Copper, HCSS nr. 15, 2012). Naast conjuncturele oorzaken heeft dat vooral te maken met de beschikbare reserves in onder meer de zeebodem. Een andere factor die een rol speelt is de prijs van energie. Hoe lager die is hoe aantrekkelijker het wordt om laagwaardige ertsen te exploiteren. Tenslotte wordt de prijs van koper ook voor een deel bepaald door de beschikbaarheid van substituten. Zo kun je elektriciteit ook over aluminium stroomkabels transporteren.

 

De hoge prijs van dit moment vormt wel een impuls voor de recycling van koper; niet alleen illegaal via diefstal, maar ook legaal. Zo heeft het bedrijf Inashco, een spin off van de TU Delft, een techniek ontwikkeld om koper en aluminium terug te winnen uit de bodemas van verbrandingsinstallaties voor huisvuil. Dat doen ze met de door hen ontwikkelde Advanced Dry Recovery-techniek, een mechanische techniek om microscopische kleine metaaldeeltjes uit de as terug te winnen. De bodemas is rijker aan koper dan veel kopermijnen.

 

Een andere spin off van de TU Delft is het bedrijf Elemetal. Dat heeft een chemische techniek ontwikkeld om koper uit bodemas te halen, waarbij microscopisch kleine koperdeeltjes worden opgelost in zuur om vervolgens via elektrolyse neer te slaan als zuiver koper. De kosten zijn hoog, maar de huidige koperprijs weegt daar ruimschoots tegenop, aldus Silvan Thus van Elemetal.  Of dat zo blijft is, zoals eerder gezegd, de vraag.

 

Verschenen in Chemiemagazine juni 2013

By |2013-07-11T11:47:20+00:00juni 19, 2013|