GEHEIME AGENDA KERNENERGIE

/, Technologie/GEHEIME AGENDA KERNENERGIE

De herdenking van de kernramp in Chernobyl vormde het decor van een felle strijd over het aantal doden tussen de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en Greenpeace. Op grond van gegevens over blootstelling aan radioactieve straling, afkomstig van het Chernobyl Forum kwam de WHO tot 4000 extra doden, terwijl Greenpeace uitgaat van bijna 100.000 doden. Heeft de WHO met in zijn kielzog het (IAEA) Internationaal Atoom Energie Agentschap een geheime agenda, zoals Greenpeace beweert? Of is het misschien andersom? Twee rapporten vergeleken.

 

 

Het WHO-rapport (‘Health effects of the Chernobyl Accident and Special Health Care Programs’) is opgesteld door een gezelschap internationale experts, de ‘Expert Group Health’ van het Chernobyl Forum. Wat blootstelling betreft baseren ze zich op een rapport van hun collega’s van de ‘Expert Group Environment’, die zo goed en zo kwaad als het ging hebben geprobeerd om de radio-actieve fall out als gevolg van het openscheuren van de reactor te reconstrueren. Op basis daarvan hebben ze in kaart gebracht hoe groot de blootstelling van verschillende groepen kan zijn geweest en wat het extra relatieve risico is op het krijgen van kanker of andere aandoeningen.

 

Het Greenpeace-rapport (‘The Chernobyl Catastrophe, Consequences for Human Health) kiest voor een aanpak, waarbij de schattingen van het aantal doden vooral zijn gebaseerd op gezondheidsstatistieken, zoals het voorkomen van verschillende soorten kanker en andere aandoeningen voor en na de ramp. Zo wordt bijvoorbeeld een toename van alle soorten kankers van veertig procent gemeld in Wit-Rusland. De herkomst van die statistieken is, op zijn zachtst gezegd niet altijd even duidelijk. De voornaamste leveranciers lijken onderzoekscentra voor stralingsgerelateerde ziekten in Oekraïne, Wit-Rusland en – in mindere mate – Rusland.

 

Reconstructie

De explosie in Reactor 4 had tot gevolg dat er gedurende tien dagen zo’n 14 x 1018 Becquerel (Bq, zie kader) aan radioactieve stoffen in de atmosfeer terecht is gekomen. Radioactieve edelgassen vormden ongeveer de helft van het totaal; de rest bestond uit (in aflopende hoeveelheden) jodium-131, cesium-137, strontium-90 en verschillende isotopen van plutonium. Een gebied van meer dan 200.000 km2 raakte besmet met voornamelijk radioactief cesium-137.

De grens voor besmetting die het Chernobyl Forum aanhoudt is 37 kBq/m2. Concentraties daarbeneden vindt het Forum niet relevant omdat de resulterende straling verdwijnt in de ruis van de natuurlijke achtergrond. In het Greenpeace rapport worden de gevolgen voor de hele wereld in ogenschouw genomen, waarschijnlijk vanuit de gedachte dat elke Bq straling er een teveel is.

 

Eenheden

Concentratie van radioactiviteit wordt gemeten in Becquerel (Bq) per kubieke meter of per kilo. Een Becquerel komt overeen met één uiteenvallend atoom per seconde. De concentratie radon in binnenlucht is ongeveer 20 Bq/m3. Een rookdetector bevat 37.000 Bq aan radioactiviteit. Blootstelling is afhankelijk van de geabsorbeerde radio-actieve straling. Deze wordt gemeten in gray (Gy = aantal Joule per kilo weefsel). Meestal echter wordt de equivalente dosis gebruikt, de sievert (Sv), waarin de soort straling is verdisconteerd. Zo is 1 Gy aan gamma- of rontgenstraling gelijk aan 1 Sv. In geval van alfastraling komt 1 Gy overeen met 20 Sv. De natuurlijke achtergrondstraling is gemiddeld  2,5 mSv (millisievert) per jaar, maar varieert van 1 tot 10 mSv. De norm voor blootstelling aan straling bedraagt voor het publiek 1 mSv per jaar en voor radiologische werkers 20. De maximale dosis die radiologische werkers in één jaar mogen ontvangen is 50 mSv.

 

Op basis van de verspreiding van het radioactieve materiaal heeft het Forum proberen te schatten aan hoeveel radio-actieve straling vijf miljoen mensen in de besmette gebieden zijn blootgesteld. Op basis van de cesiumdepositie komen ze op een totaal van 40.000 Sv in de eerste tien jaar na de ramp als gevolg aan blootstelling aan radioactief cesium. Gemiddeld dus 8 mSv per persoon.

Die stralingsdosis is niet gelijkelijk verdeeld over vijf miljoen mensen. Mensen in de stad hebben gemiddeld minder straling ontvangen dan mensen op het platteland, terwijl ook de bodemsoort verschil uitmaakt. De blootstelling op podzol bleek het hoogst en die op zwarte aarde het laagst. Dat heeft te maken met de snelheid waarmee het radioactieve cesium in de bodem wordt vastgelegd, zonder dat het wordt opgenomen in bessen of paddestoelen (voedsel).

 

De geaccumuleerde dosis over de periode 1986 tot 2000 loopt uiteen van 2 mSv in de steden in gebieden met zwarte aarde tot 300 mSv in dorpjes op podzolgronden. Voor de periode tot 2056 kan daar nog eens 1 respectievelijk 100 mSv bij komen. De maximale blootstelling over de periode 1986 tot 2056 (levensduur) zou dus 400 mSv zijn, evenveel als iemand die acht jaar beroepshalve met radioactieve stoffen werkt. Het merendeel van de vijf miljoen mensen in de besmette gebieden heeft een veel lagere dosis ontvangen. Op dit moment ligt hun blootstelling op een niveau van 1 mSv per jaar en is dus vergelijkbaar met de internationale norm voor publiek.

Voor jodium-131 geldt een ander verhaal. De collectieve blootstelling bedroeg bijna 2 miljoen gray, waarvan ongeveer de helft in Oekraïne terechtkwam. Jodium-131 is zowel een gamma- als een betastraler, zodat 1Gy overeenkomt met 1 Sv. Ongeveer 1% van de totale hoeveelheid straling is via het drinken van melk en het eten van bladgroente bij de bevolking terecht gekomen. Vooral bij jonge kinderen die een kleine schildklier hebben was de blootstelling in de besmette gebieden hoog genoeg om functionele schade te veroorzaken en/of kanker van de schildklier te induceren. De halfwaardetijd van jodium-131 is enkele dagen, dus binnen een paar weken was het overgrote deel van de radio-activiteit verdwenen.

 

Gezondheidseffecten

Direct na de ramp zijn medewerkers van de centrale en hulpverleners blootgesteld geweest aan zeer hoge dosis straling. Van de 134 mensen die als gevolg daarvan acute stralingsziekte opliepen, zijn er in het eerste jaar 28 overleden. In de periode tot 2004 zijn er nog eens 19 overleden, waardoor het totaal op 47 komt. Daarover lijkt weinig discussie te bestaan.

Na de directe hulpverleners kwamen de ‘liquidators’, de mensen die het radioactieve materiaal hebben opgeruimd en de reactor vier in zijn sarcofaag hebben verpakt. Dat waren er een paar honderdduizend afkomstig uit Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland.

Alleen onder de Russen is systematisch onderzoek verricht naar blootstelling (ze droegen een dosimeter) en effecten op de gezondheid. Vanaf 2000 blijkt kanker als doodsoorzaak te stijgen, evenals hart- en vaatziekten. Het Forum houdt het op ruim 200 doden extra. Als we de Russische cijfers doortrekken naar de ‘liquidators’ afkomstig uit Wit-Rusland en Oekraïne, dan zouden onder hen nog eens 400 extra sterfgevallen zijn opgetreden.

 

Greenpeace gebruikt gezondheidsstatistieken om een vergelijking te maken tussen het aantal kankergevallen onder Wit-Russische ‘liquidators’ en een controlegroep. De verschillen zijn niet erg groot. Alleen de eerste groep ‘liquidators’, die binnen een week na de ramp het gebied is binnengetrokken telt significant meer kankergevallen. Daarbij gaat het vooral om goed behandelbare schildklierkanker. Niet zo verwonderlijk, omdat die groep waarschijnlijk veel jodium-131 binnengekregen.

Gezondheidsstatistieken uit Oekraïne laten volgens Greenpeace verder zien dat er onder de eerste groep liquidators 800 extra kankergevallen zijn geweest. Als we rekening houden met statistische onzekerheden en het feit dat niet alle kankergevallen dodelijk zijn, dan wijken die getallen van Greenpeace voor de liquidators dus niet veel af van die van het Forum.

 

Anders ligt dat bij schildklierkanker. Volgens het Forum zijn er 4800 gevallen van schildklierkanker bij kinderen en adolescenten vastgesteld in Wit-Rusland, Oekraïne en de besmette delen van Rusland. Ruim driekwart van de gevallen deed zich voor bij kinderen tussen 0 en 14 jaar. Van de gevallen zijn er voor zover bekend 15 overleden; dat is minder dan één procent.

Greenpeace daarentegen houdt het op 15.000 extra gevallen van schildklierkanker in de getroffen regio’s, waarvan tien procent is of zal overlijden. Drie regels verder wordt een ander onderzoek aangehaald, waaruit blijkt dat het totaal aantal gevallen van schildklierkanker alléén in Wit-Rusland al kan oplopen tot 66.000.

Greenpeace waagt zich ook aan een voorspelling van het aantal gevallen van schildklierkanker wereldwijd. Het zou gaan om 137.000 extra gevallen, waarvan 10 procent fataal. De bron is een recente – en misschien daarom onvindbare – publicatie (2006) van Mikhail V. Malko, een onderzoeker van de Wit-Russische Academie van Wetenschappen. Malko deed in 1997 al van zich spreken toen hij een complot ontwaarde van de ‘internationale stralingsgemeenschap’, die consequent en doelbewust de gezondheidseffecten van straling zou bagatelliseren.

Van dezelfde Malko is ook het getal van 93.000 doden, dat zo prominent figureert in de perscampagne van Greenpeace. Hij baseert het op een schatting dat er over een periode van zeventig jaar 270.000 extra gevallen van kanker zullen ontstaan. Waar dat getal vandaan komt blijft onduidelijk.

 

Het Chernobyl Forum houdt zich niet bezig met de wereldwijde gevolgen van kanker, omdat de blootstelling buiten de getroffen regio’s te gering is geweest om deze te onderscheiden van de ruis van de natuurlijke achtergrondstraling. Voor de besmette gebieden (zoals gezegd ligt de grens bij 37 kBq/m2) maakt het Forum een schatting van de extra sterfte door kanker op basis van de gereconstrueerde blootstelling. Voor het hele gebied komt dat uit op gemiddeld 1 tot 1,5% extra sterfte. In de meest besmette dorpen (met een geaccumuleerde blootstelling tot 3 a 400 mSv) kan het extra aantal kankergevallen oplopen tot 4 a 6% extra.

 

Bij elkaar opgeteld komt het Chernobyl Forum voor een groep van 600.000 mensen (liquidators, geëvacueerden en mensen in de gebieden met meer dan 555 kBq/m2 radioactiviteit) tot een aantal van 4000 extra doden door kanker. Voor de vijf miljoen mensen in de besmette gebieden (> 37 kBq/m2) komt het Forum tot een getal van 5000 extra doden als gevolg van de ramp.

Laatstgenoemd getal is gebaseerd op een gemiddelde blootstelling van 7 mSv (geaccumuleerd over twintig jaar) en verdwijnt daarmee in de ruis van de achtergrondstraling. Dat die 5000 in eerste instantie niet zijn meegeteld is dus niet ‘een ernstige omissie’ (Karel Knip in NRC Handelsblad) maar een goed te verdedigen keuze geweest.

 

Volgens de meeste commentatoren is het enorme verschil (factor 25) tussen de schattingen van het Forum (4000) en die van Greenpeace (93.000) te wijten aan het ontbreken van voldoende gegevens. Met andere woorden, zowel de WHO als Greenpeace zou best eens gelijk kunnen hebben. Dat is iets te makkelijk geredeneerd. Zeker, er zijn te weinig gegevens en ook het rapport van het Forum telt legio aannames over hoeveelheid vrijgekomen straling en over blootstelling. Maar als je iets verder kijkt dan de persberichten, dan blijken de schattingen van het Forum veel zorgvuldiger en beter onderbouwd dan die in Greenpeace-rapport. Daarmee voedsel gevend aan het vermoeden dat niet zozeer het Forum als wel Greenpeace een geheime agenda hanteert, namelijk het gebruik van de ramp in Chernobyl om kernenergie blijven in een kwaad daglicht te stellen.

 

 

Gepubliceerd in Natuurwetenschap en Techniek 7/2006

By |2013-02-13T17:29:28+00:00juli 9, 2006|