DE WEEK VAN AALT

Maandag

Trouw kopt op de voorpagina ‘Landbouw moet nog intensiever’ en heeft in de krant een interview met Aalt Dijkhuizen, bestuursvoorzitter van de Universiteit Wageningen. Zijn verhaal komt erop neer dat de wereld nu 7 en straks 9 miljard mensen telt, die allemaal willen eten. Ook de middenklasse groeit wereldwijd (met zo’n 10 procent per jaar) en dat betekent dat de vleesconsumptie nog harder stijgt.

Om aan die groeiende behoefte te voldoen moet de gemiddelde voedselproductie min of meer verdubbelen de komende veertig jaar. En dan heeft Aalt het nog niet over de groeiende behoefte aan niet-eetbare agrarische producten zoals katoen, rubber, biodiesel, ethanol en een groeiende reeks grondstoffen voor de chemische industrie.

Om al die extra tonnen biomassa te produceren kun je het areaal verdubbelen, maar dat betekent wel vergaande aantasting van natuurgebieden. Je kunt ook de opbrengst per hectare verhogen en dat is de lijn die Aalt kiest. Intensiveren dus. Tegelijkertijd wil hij de milieubelasting en het beslag op grondstoffen en water halveren. Dus niet alleen meer kilo’s per hectare, maar ook per kubieke meter water, kilo (kunst-)mest, liter diesel en gram bestrijdingsmiddel.

Volgens Aalt Dijkhuizen is de Nederlandse landbouw kampioen intensiveren. De opbrengsten zijn hoog en de milieubelasting per kilo product is laag. Dat geldt ook voor de intensieve veehouderij. Wat overigens niet wegneemt dat ook aan de Nederlandse intensieve en hoogproductieve landbouw nog wel wat te verbeteren valt onder andere op het punt van dierenwelzijn en lokale betrokkenheid. Tot zover Aalt op maandag.

 

Dinsdag

Op dinsdag schrijft Trouw in het commentaar dat Dijkhuizen zich wel erg gemakkelijk neerlegt bij de groeiende behoefte aan vlees. Waarom zou je de consument niet vragen om minder vlees te eten. Later in de week komt hetzelfde commentaar nog eens terug in een ander verhaal. Een beetje raar argument. Zelfs als de 1 miljard rijkste mensen op aarde (waaronder wij dus) de  vleesconsumptie zouden halveren dan weegt dat nog lang niet op tegen een verdubbeling of verdrievoudiging van de vleesconsumptie van 6 miljard armere mensen. Afgezien daarvan verengt de commentator daarmee het pleidooi van Aalt over intensiveren van de landbouw tot de productie van vlees. Dat ‘frame’ blijft helaas een rol spelen in de rest van de discussie.

 

Woensdag

Op woensdag verschijnt een opiniestuk van een aantal wetenschappers van de Wageningse Universiteit, onder de beschuldigende kop dat hun voorzitter geen wetenschap bedrijft maar politiek. Dank je de koekoek. Natuurlijk bedrijft Aalt politiek; dat is zijn werk, alleen heet het dan meestal strategie. Als bestuursvoorzitter wordt hij geacht om op basis van alle beschikbare informatie een koers voor zijn instelling uit te zetten. Hij geeft aan wat de opdracht voor de komende decennia is (verdubbeling opbrengst, halvering impact), wijst op de consequenties (waaronder intensieve veehouderij) en roept op tot discussie.

Des te merkwaardiger klinkt het verwijt van de wetenschappers dat Aalt een belangrijk deel van zijn eigen wetenschappelijke staf in een keurslijf duwt dat niet past bij een universiteit. Temeer omdat ze dat een zin later ontkrachten met de beschrijving van Wageningen als een universiteit waar met vrijzinnigheid en creativiteit ongebaande paden worden ingeslagen om uit alle macht nieuwe oplossingen te bedenken. Gelukkig maar. Als wetenschapper ben je toch geen knip voor je neus waard als je je door een bestuursvoorzitter in het keurslijf van een bepaalde mening laat drukken.

Ook de rest van hun artikel is tamelijk warrig en bevat de nodige halve waarheden. Bijvoorbeeld dat biologische graanboeren ook 9 ton per hectare kunnen produceren. Dat kan zo zijn, maar dan moet je er wel bij vertellen dat diezelfde hectare eens in de vier jaar geen opbrengst levert omdat die braak ligt of met een groen is ingezaaid. Dat scheelt toch gauw een kwart in de opbrengst. Plus nog het areaal dat nodig is voor de productie van dierlijke mest. Wat ze bedoelen met de opmerking dat kleine boeren in Afrika hun opbrengsten flink kunnen verhogen met geringe extra inzet van hulpbronnen wordt ook niet duidelijk. Welke hulpbronnen? Kunstmest soms?

 

Donderdag

Op donderdag tenslotte publiceert de krant een opiniestuk van de directeur Benelux van de World Society for the Protection of Animals, waarin hij helaas de ene misvatting na de andere debiteert over landbouw en voedselvoorziening. Zo stelt hij dat we nu al genoeg voedsel produceren om tien miljard mensen te voeden, maar dat het voedsel ongelijk wordt verdeeld. Het probleem is dus niet productie, maar distributie. Een klassieker in het landbouwdebat.

Het lijkt me stug dat we nu al genoeg produceren voor tien miljard mensen, maar het klopt wel dat er nu al in calorieën gemeten voldoende voedsel wordt geproduceerd voor de huidige wereldbevolking. Het probleem is echter dat dik twee miljard mensen in de wereld niet genoeg inkomen hebben, om voldoende en gevarieerd voedsel te kopen. Dat los je niet op door de overschotten van hier naar daar te sturen, sterker nog, dat leidt zelfs tot grotere problemen. Wel door te proberen de welvaart en de koopkracht te verbeteren en ja, dat begint vaak met moderniseren en intensiveren van de landbouw, zodat mensen daarmee een inkomen kunnen verdienen.

 

Zondag

Tot zover de Week van Aalt. Helaas is de gang van zaken illustratief voor de manier waarop in Nederland wordt gediscussieerd over landbouw en voedselvoorziening. Nou ja, gediscussieerd. Lang geleden hebben allerlei belangengroepen zich ingegraven in schuttersputjes. Elke poging om een serieuze discussie te voeren over landbouw en wereldvoedselvoorziening wordt bekogeld met hun mantra’s: ‘Het is een kwestie van verdeling’;  ‘Vlees is het probleem’, ‘Biologische landbouw is duurzaam’. Ondertussen groeit de wereldbevolking, groeit de welvaart en groeit de behoefte aan agrarische producten, zowel eetbaar als niet-eetbaar.

By |2013-02-02T15:15:09+00:00september 9, 2012|