Een groot deel van de half miljoen kinderen in Nederland met een chronische aandoening heeft last van eetproblemen. LZK-scholen (LZK staat voor langdurig zieke kinderen) beschikken over de kennis en ervaring om die problemen aan te pakken. Net nu er plannen bestaan om die kennis beter te benutten, is er geen geld meer voor schoolmaaltijden.

Terwijl de assistentes de borden en schalen naar de eetzaal brengen, bakt kok Jan Gen nog even snel wat frietjes voor Boris uit Groep 1. Als gevolg van een aangeboren afwijking is zijn dunne darm de helft korter dan normaal, waardoor hij zijn voedsel minder goed kan opnemen. Vetrijk eten moet ervoor zorgen dat hij toch voldoende energie binnenkrijgt.

De Albert Schweitzerschool in Haarlem is een LZK-school, waar les wordt gegeven aan tachtig kinderen met een chronische aandoeningen. ‘Dat varieert van erfelijke stofwisselingsziektes tot hart- en vaatziekten en diabetes’, vertelt de directeur van de school, Thea Tichelaar. ‘Ruim een derde van de leerlingen heeft een speciaal dieet.’

Eerst komen de kleuters de lichte en ruimte eetzaal binnen, vijf minuten later gevolgd door de oudere kinderen. Rustig lopen ze naar hun vaste plek aan een van het dozijn gedekte tafels. Juf Thea luidt de bel voor een minuut stilte. Na de tweede bel scheppen de kinderen zelf hun eten op, althans diegenen die geen speciaal dieet hebben. Voor hen is in de keuken al een bord opgeschept.

Op het menu van de andere kinderen staat vandaag rodekool met aardappelpuree en kiprollade. Puck uit groep 6 krijgt geen kiprollade maar kipfilet. Ze heeft glutenallergie en kan niet tegen het bindmiddel van de kiprollade. Esra heeft ook geen kiprollade op haar bord. Ze heeft jeugdreuma, maar dat heeft er niets mee te maken. Ze eet uit principe geen vlees en daarom krijgt ze vegetarische gehaktballetjes. De kinderen eten keurig met mes en vork, prakken is verboden en tijdens het eten wordt er niet gepraat. Als het toetje op is en de borden gestapeld, mag iedereen van tafel. Alleen Timo blijft nog even zitten; vanwege zijn spieraandoening heeft hij moeite met kauwen en slikken.

Tichelaar: ‘Veel kinderen met een chronische aandoening hebben eetproblemen. Soms heeft dat rechtstreeks te maken met hun aandoening, bijvoorbeeld bij nierziekten of stofwisselingsziekten. Soms is het ook zo gegroeid. Omdat ze zich bij medische behandelingen vaak machteloos hebben gevoeld, gebruiken ze dan niet eten als machtsmiddel. Door een duidelijke structuur aan te brengen, leren we ze om weer gewoon te eten en ervan te genieten. Ook voor de ouders is het een enorme ontlasting dat de kinderen al warm gegeten hebben. De avondmaaltijd was vaak een strijdtoneel, maar kan nu meestal weer in alle rust worden genoten.’

De LZK-scholen, waarvan Nederland er dertien heeft, hebben in de loop der jaren veel kennis ervaring opgedaan met gezond leren eten. De Stichting Kenniskeuken, die eind vorig jaar is opgericht, wil die kennis en ervaring in kaart brengen en benutten voor andere kinderen met een chronische aandoening in het reguliere onderwijs. Chris Nijboer werkzaam in opdracht van  InnovatieNetwerk, een denktank van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de initiatiefnemer van de Kenniskeuken:  ‘Van die half miljoen kinderen heeft veertig tot tachtig procent problemen met eten met als gevolg slechtere leerprestaties, ondervoeding en vaker opname in het ziekenhuis. Ook kinderen zonder chronische aandoening, maar wel met eetproblemen hebben er baat bij als de praktijkkennis over voedingszorg breder wordt verspreid.’

Samen met de Coronelschool in Amsterdam is de Albert Schweitzerschool geselecteerd als proeftuin voor de Kenniskeuken. Het probleem is alleen dat de school aan het einde van dit schooljaar de keuken moet sluiten. Tichelaar: ‘Er is geen geld meer voor schoolmaaltijden. We lopen zelfs het risico dat we onze schoolverpleegkundige kwijtraken. Een tijdlang hebben we subsidie gehad van de gemeente en de provincie, maar die zien het niet meer als hun taak om voeding of zorg op school te financieren.’

Ook minister Schippers van VWS ziet geen rol weggelegd voor de overheid bij het ontwikkelen van effectieve voedingszorg, zo heeft ze laten weten in antwoord op vragen van Kamerlid Jeroen Dijsselbloem (PvdA). In haar antwoord schrijft ze dat er nog onvoldoende onderzoek is gedaan naar de kosten en baten van voedingszorg voor kinderen met een chronische aandoening. Los daarvan ziet ze ook geen rol weggelegd voor de overheid voor behoud van de voedingszorg en het ontwikkelen van LZK-scholen tot een expertisecentrum voor voedingszorg.

Tichelaar en haar team gaan niet bij de pakken neerzitten. De afgelopen maanden hebben ze  vele mogelijke sponsors benaderd om de keuken weer en jaar langer open te houden. Tot nu toe dus zonder succes. ‘Eigenlijk te gek voor woorden’, vindt ze. ‘Voedingszorg voor langdurig zieke kinderen zou structureel gefinancierd moet worden via de zorgverzekering. Die hebben daar het meeste baat bij. Als kinderen beter leren eten, zijn ze minder ziek. Ook als ze volwassen zijn.’ Ook bij de zorgverzekeraars heeft de school vooralsnog echter nul op het rekest gekregen.

 

Interview Hugo Heymans

VERSTANDIG ETEN MOET JE LEREN

 

‘Soms kan ik het zelf bijna niet geloven’, zegt Hugo Heymans, emeritus hoogleraar Kindergeneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. ‘In mijn opleiding heb ik nog geleerd dat groeiachterstand een onvermijdbare complicatie was bij veel chronische aandoeningen. Nu weten we dat die groeiachterstand een gevolg is van verkeerde behandeling.’

Heymans is ambassadeur van de Stichting Kenniskeuken en zeer betrokken bij het wel en wee van kinderen met een chronische aandoening. ‘Dankzij de vooruitgang in de geneeskunde groeien steeds meer kinderen op met een ziekte die we niet kunnen genezen maar wel behandelen; een ziekte waaraan ze vroeger zouden zijn overleden. Een goede zaak, maar we moeten er ook voor zorgen dat ze ondanks hun aandoening mee kunnen doen in de samenleving.’

Goede voeding is daarbij extreem belangrijk. Voor een deel gaat het daarbij om de samenstelling:  Sommige kinderen kunnen bepaalde componenten in de voeding niet verteren en stapelen die op waardoor ze zichzelf vergiftigen. Andere kinderen moeten leren eten. Heymans: ‘Als je lang sondevoeding hebt gehad, dan moet je op latere leeftijd leren kauwen en slikken; je hele mondmotoriek verandert. Problemen kunnen zich ook voordoen als kinderen medische behandelingen hebben ondergaan[hh1] . Die ervaringen leiden er soms toe dat eten onaangenaam wordt. Ook zijn er kinderen die het gevoel van machteloosheid dat ze ondervinden in het ziekenhuis onbewust compenseren door niet eten als machtsmiddel te gebruiken.’

De LZK-scholen hebben veel ervaring opgedaan met kinderen te leren eten, stelt Heymans. ‘Niet alleen hoe ze verstandig moeten eten zodat ze ondanks hun aandoening toch voldoende voedsel binnenkrijgen van de juiste samenstelling, maar ook hoe ze zo prettig mogelijk kunnen eten; eten als sociaal gebeuren. Kinderen leren juist ook veel van elkaar. Bezuinigen op die schoolmaaltijden is wat mij betreft penny wise and pound foolish. Op de korte termijn spaar je geld uit, maar op de lange termijn kost het je een veelvoud.’

De Stichting Kenniskeuken is opgericht om de ervaring van de LZK-scholen te gebruiken om andere kinderen en hun ouders te helpen bij de aanpak van eetproblemen. ‘Geen overbodige luxe’, meent Heymans. ‘Er verandert nogal wat in onze eetcultuur en gezien het groeiend aantal voedingsgerelateerde gezondheidsproblemen niet altijd ten goede. Mijn droom is dat ieder kind op school leert om verstandig te eten, want daarmee zouden we op de lange termijn een ongelooflijke hoeveelheid problemen voorkomen. Helaas ligt de lange termijn buiten het blikveld van de meeste politici.’

 

Gepubliceerd in Trouw 6 april 2012